“Het levert economisch echt wat op”, Winand Quaedvlieg over het vrijhandelsakkoord

30 december 2013 // Dossier: Achterpagina / TTIP
− door: Tobias Manuhutu
  • comment
  • delen
  • tweet
  • e-mail
  • print

Werkgeversorganisatie VNO-NCW is voorstander van een breed vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dat zegt Winand Quaedvlieg, secretaris binnen het beleidsteam Internationaal Economisch en Sociaal Beleid bij VNO-NCW. Deze organisatie is aangesloten bij de Europese koepelorganisatie Business Europe. De Europese handelsakkoorden vormen een deel van Quaedvliegs portefeuille. Zijn boodschap aan Nederlandse bedrijven: “Het is zaak voor bedrijven om te laten horen wat ze wel en niet willen, want nu worden de kaarten geschud.”

Dit interview is afgenomen op woensdag 7 mei 2013 om 10.00 uur via de telefoon.

 

Q

Er wordt al jaren gepraat over een mogelijk handelsverdrag tussen de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten (VS). Wat is volgens u de reden dat dit moment wordt aangegrepen om de onderhandelingen te beginnen?

A

“Er zijn daarvoor een paar redenen. In de eerste plaats hebben ze in Amerika hun mind opgemaakt op het terrein van handelspolitiek. Ook de Amerikanen klaagden tijdens de eerste ambtsperiode van Obama over dat er eigenlijk geen Amerikaanse handelspolitiek was. Er gebeurde niks. Op dit moment zie je dat dat helemaal veranderd is. De Amerikanen hebben een visie over wat ze willen met de handelspolitiek. Ze willen twee hele grote akkoorden afsluiten. Dat is het Trans-Pacific Partnership (TPP) met een serie landen die allemaal aan de Stille Oceaan liggen. En het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) met de Europese Unie (EU). De Doha Ronde van de World Trade Organization (WTO) hebben ze geparkeerd en ze willen nu deze twee akkoorden afsluiten. Daarmee plaatst de Verenigde Staten zich opnieuw in het midden van de wereldhandel. Want als je deze twee akkoorden samen neemt, heb je een enorm deel van de wereld te pakken.

Er speelt ook een geopolitieke afweging mee. Achter het Trans-Pacific Partnership zit een strategie om een positie ten opzichte van China te kiezen. China maakt geen deel uit van het TPP. En Amerika gaat hele nauwe banden aan met landen die aan China grenzen of daar vlakbij in de buurt liggen. Dus er zit ook een politieke factor achter.

De tweede factor gaat over het toenemend besef dat we in een multipolaire wereld leven. Hele grote landen komen op: China, India, Brazilië et cetera. De Amerikanen realiseren zich dat met een eigen markt van 300 miljoen consumenten je op de lange termijn niet meer de concurrentie aankunt met landen met markten van een miljard consumenten, zoals China en India. Maar als de VS samengaat met de EU dan krijg je bij elkaar ook een markt van bijna een miljard, een dikke 800 miljoen mensen. Dat is een markt waarbij je een alternatief kunt bieden ten opzichte van die andere grote markten. Bovendien, als de EU en de VS samen productstandaarden bepalen, voor bijvoorbeeld auto’s en elektrische apparaten, dan is dat zo’n grote en krachtige markt dat die standaarden de facto voor de hele wereld gelden. Dus het is ook een mogelijkheid om op dat gebied het initiatief te behouden. De laatste jaren zag je op het gebied van productstandaarden verschuivingen. Eerst een verschuiving van de VS naar de EU, omdat de EU gewoon een grotere markt is. Maar de laatste jaren zag je dat ook dat China zich op dat gebied begon te roeren.

Een derde belangrijke factor voor de omslag bij de Amerikanen is het besef dat er binnen de WTO binnen afzienbare termijn geen groot akkoord gesloten kan worden. Wel mogelijk een aantal deelakkoorden, maar geen groot akkoord11De WTO heeft op 7 december een handelsakkoord gesloten in Bali. De EU en de VS hebben grotere ambities dan de afspraken die in dit akkoord zijn vastgelegd. Dit interview is afgenomen voordat het WTO-akkoord werd gesloten.. Dus als je op handelspolitiek iets wil bereiken, moet je het in bilaterale akkoorden zoeken.

De laatste factor die de doorslag heeft gegeven is de budgettaire situatie in de VS en de EU. Als je de economie wil stimuleren, dan kan dat eigenlijk alleen via liberalisering van de handel. De staatskassen hebben te weinig geld om te investeren in de economie. Ze hebben dat al gedaan met het redden van de banken en in de VS met het stimuleringsprogramma. Op een gegeven moment is het op. Dus dat zijn de vier factoren die een rol hebben gespeeld.”

 

Q

De EU en de VS gaan voor het meest ambitieuze handelsverdrag ooit. VNO-NCW juicht dit toe, lees ik op jullie website. Waarom is het voor Nederland goed als zo’n breed verdrag wordt gesloten?

A

“Omdat het een stimulans voor de economie zal zijn. De verwachting is dat het voor Nederland tussen de anderhalf en vier miljard euro22Deze cijfers komen uit een rapport over de economische effecten van een vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS van Ecorys. kan uitmaken, wat er extra in de economie gegenereerd wordt. Dat zijn substantiële bedragen. Voor de EU zal er sprake zijn van een stijging van de export van 28 procent naar de VS. Het is gewoon een substantiële stimulans. Het levert ook dynamische effecten op: investeringen over en weer. De markt wordt groter omdat de productstandaarden geharmoniseerd worden. Het levert economisch echt wat op.”

 

Q

Zou je kunnen zeggen: hoe breder het verdrag, hoe meer overeenstemming de EU en de VS kunnen bereiken over de verschillende onderwerpen, hoe beter het is voor Nederland?

A

“Ja, afhankelijk van wat de overeenstemming is. Het gaat uiteindelijk om de inhoud van het akkoord. Als er een evenwichtig akkoord uitkomt dat voordelig is voor beide partijen, dan kan dit het beste maar zo breed mogelijk zijn.

De verlaging van tarieven, het traditionele aspect van een handelsakkoord, is tussen de EU en de VS niet zo van belang. Wat vooral belangrijk is, is dat wet- en regelgeving niet meer strijdig is. Dat je niet allerlei barrières hebt voor investeringen en export over en weer. Dat betekent dat je niet alleen naar de tarieven moet kijken, maar ook naar welke regels beperkingen opleggen. Omdat je praat over wet- en regelgeving, zijn de onderhandelingen ook weer een stuk ingewikkelder dan wanneer je alleen praat over tariefverlaging. Want dat laatste is een relatief eenvoudige onderhandeling.”

 

Q

Zijn de Verenigde Staten de juiste partner voor dit verdrag? Waarom zou je niet voor een opkomende economie kiezen?

A

“De EU is op dit moment in onderhandeling over vrijhandelsakkoorden met ongeveer de helft van de wereld, bijvoorbeeld met India en Brazilië. Er zijn net akkoorden afgesloten met Columbia en Peru en de EU is in de laatste fase van onderhandelingen met Canada. Daarnaast heeft de EU net onderhandelingen geopend met Thailand en Marokko. De EU is overal bezig. Het is een heel breed net van onderhandelingen. Dus het is niet zo dat er gekozen is voor Amerika en niet voor de anderen. Amerika is een deel van het geheel. Je moet dit akkoord niet zien als een geïsoleerd akkoord.

Amerika is natuurlijk verreweg de belangrijkste markt in de wereld en het is een markt van hetzelfde niveau qua techniek en regelgeving als de EU. Het is ook de eerste keer voor zowel de VS als voor de EU dat ze onderhandelingen aangaan voor een vrijhandelsakkoord met een gelijkwaardige partner. En dat is voor beide een nieuwe ervaring. Tot nu toe werden vrijhandelsakkoorden altijd afgesloten met partners die economisch gezien zwakker stonden. Juist omdat de EU en de VS hoogwaardige markten zijn, zullen dit geen makkelijke onderhandelingen worden. Er spelen grote belangen en het zal een hele kluif worden. Succes is dus niet gegarandeerd.”

 

Q

Wat betreft gelijke standaarden en regelgeving. Heeft u concrete dossiers of punten waarvan u zegt: als daarover afspraken worden gemaakt tussen de EU en de VS, dan zou dat voor Nederland heel erg gunstig zijn?

A

“Dat zijn we op dit moment in kaart aan het brengen. Wat in zijn algemeenheid geldt: er zijn heel veel testen nodig om een product op de markt te brengen. Wat we willen bereiken is dat testen en productkwalificaties in de EU en de VS als gelijkwaardig worden bestempeld. Je kunt waarschijnlijk niet bereiken dat alle standaarden geharmoniseerd worden: dat er één standaard komt voor een product dat in de EU en de VS gemaakt wordt. Misschien wel voor de toekomst, maar zeker niet voor reeds bestaande standaarden.

Maar zowel de EU als de VS zijn hoogontwikkelde markten met consumentenorganisaties, veiligheidsvoorschriften et cetera. Dus je mag er vanuit gaan dat wanneer een product in de EU als veilig wordt beoordeeld, dat dat ook veilig wordt beschouwd voor de Amerikanen. En omgekeerd.

Je kunt twee dingen doen. De moeilijke weg kiezen: een test in de VS als onvoldoende beschouwen in de EU, zodat we het hier ook nog een keer willen testen. Als je de makkelijke weg kiest, dan zeg je dat we er in principe vanuit gaan dat een product dat in de EU op de markt kan komen, ook veilig is voor de VS en omgekeerd. Dus als een product veilig is voor de VS, mag het ook de EU-markt op. Dat is de eerste stap. Er mogen verschillen zitten in de regelgeving, maar een product dat de markt op mag wordt door beide partijen als veilig beschouwd.

Een stap verder is als een product getest is in de VS door een erkende organisatie, we deze testresultaten ook accepteren in de EU. Dan gaan we als EU niet het product nog een keer testen volgens de Europese normen en in een Europees testinstituut. Dus deze twee punten, gelijkwaardigheid van standaarden ook als ze verschillend zijn en acceptatie van testresultaten, leidt tot enorme kostenbesparingen voor bedrijven. Die tests moeten altijd op kosten van bedrijven worden uitgevoerd en dat zijn altijd hele gecompliceerde, technische tests waar gewoon heel veel geld mee gemoeid is. Dus met dit soort maatregelen maak je een markt toegankelijker.

Ik vind dit zelf altijd het mooiste voorbeeld: af en toe zie je hier in Europa een Europese auto rondrijden die voor de Amerikaanse markt is gemaakt. Dan zie je dat er verschillen zijn: de bumpers zijn anders qua vorm, andere richtingaanwijzers aan de buitenkant et cetera. Dus je ziet dat een auto allerlei afwijkende punten heeft om op de Amerikaanse markt te kunnen komen. Dat is voor mij altijd het meest beeldende voorbeeld van het feit dat producten moeten worden aangepast om op de verschillende markten te kunnen komen. Dat levert natuurlijk enorme kosten op voor bedrijven. Ze moeten aparte voorzieningen treffen, aparte productieplannen maken voor Europese en Amerikaanse producten.”

 

Q

De landbouwsector is één van de onderwerpen waarover wordt onderhandeld en waar enkele kwesties direct in het oog springen.

A

“Bij landbouw spelen grote markttoegangsvraagstukken: voor bijvoorbeeld vlees en zuivelproducten. Wat doe je met subsidies en barrières die er bestaan?
Hier komen ook de intellectuele eigendomsrechten voorbij, de geografische indicaties. Bijvoorbeeld de aanduiding van Champagne, een wijn die uit de Champagnestreek moet komen. Op een andere bubbelwijn mag je niet het etiket Champagne plakken. Met name de Zuid-Europese landen hechten hier heel veel waarde aan. Allerlei regioproducten hebben een extra marketingwaarde omdat daar een bepaald etiket opgeplakt kan worden. Dat is iets wat in Amerika veel minder ontwikkeld is. De Amerikanen zeggen: wij kunnen toch ook prima wijn maken waar je het etiket Champagne op plakt?
Dan spelen er een aantal specifieke onderwerpen, zoals de genetisch gemodificeerde organismen en vlees waarbij dieren met hormonen zijn behandeld. Voor beide onderwerpen speelt het vraagstuk of die producten al dan niet op de markt mogen komen. Dat zijn meer maatschappelijk-ethische issues gerelateerd aan de landbouw. Dus dat is een hele substantiële agenda.

Zowel door de EU als de VS wordt gezegd: we willen in principe over alles onderhandelen. Er moeten niet van te voren allerlei taboes zijn, dingen waar niet over gesproken mag worden. In de EU werd op een gegeven moment gezegd: we willen niet over genetisch gemodificeerde organismen en hormoonvlees onderhandelen. De Europese Commissie kiest nu de optiek: we gaan niet van te voren allerlei onderwerpen uitzonderen, want als wij dat doen, dan doen de Amerikanen dat ook. En dan worden de interessantste onderwerpen eruit gehaald. De Commissie wil nu dat tijdens de onderhandelingen bezwaren van lidstaten aan de orde komen. En dan moet op dat moment een bepaalde oplossing voor gevonden worden. Maar er moet niet van te voren allerlei onderwerpen als een geblokkeerd dossier worden neergezet. Wat dus niet wil zeggen dat je op het eind alles toegeeft.”

 

Q

U steunt deze aanpak?

A

“Ja, ik denk dat het mogelijk moet zijn om in de onderhandelingen rekening te houden met de gevoeligheden. Maar als je van te voren allerlei dingen gaat uitzonderen, dan komt er van onze en Amerikaanse kant een hele lijst en dan kom je niet veel verder.”

 

Q

Op het eerste gezicht lijken de Amerikanen wat landbouwbeleid betreft veel soepeler. Wordt dat in den brede het punt tijdens de onderhandelingen: de Amerikanen willen minder regels, de Europeanen willen meer regels?

A

“Ik denk dat je dat in algemeenheid niet kan stellen. Op bepaalde terreinen zijn juist de Amerikaanse regels weer heel strikt en streng. Die twee dossiers, genetisch gemodificeerde organismen en hormoonvlees, zijn ook gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De Amerikanen zeggen dat er uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan en dat het als veilig wordt beschouwd. In de EU zijn er onderzoeken die nog vragen open laten.
In de VS is er een claimcultuur. Als bedrijven een fout product op de markt brengen, wordt je geconfronteerd met enorme schadeclaims. Er is daar ook een hele strenge Food and Drug Administration. Het is niet zo dat in de VS alles in de magen van de burgers gedumpt kan worden. Zo is het gewoon niet.”

Winand Quaedvlieg.Winand Quaedvlieg.
Q

Het verdwijnen van barrières levert concurrentierisico op, schrijft u op de website van VNO-NCW. Hoe zorg je ervoor dat het verdwijnen van barrières op een verantwoorde manier gebeurt?

A

“Verantwoord betekent geleidelijk. Eén van de belangrijkste positieve effecten van handelsovereenkomsten, is dat de concurrentiedruk groter wordt. Handelsovereenkomsten hebben twee effecten: het eerste is dat handelsbarrières lager worden. Dat is het zogenaamde statische effect. Een op geld waardeerbare barrière valt weg. Dat is op korte termijn gunstig voor bedrijven.

Veel belangrijker is het dynamische effect. Doordat de concurrentiedruk groter wordt, worden bedrijven gedwongen om te innoveren, zich aan te passen en een meer hoogwaardig product te maken. Zodat ze de concurrentiedruk aankunnen. Dat is op den duur een veel belangrijker effect dan de tarieven en barrières die verdwijnen. Dat betekent dat de concurrentiestrijd harder wordt en dat sommige bedrijven zullen verliezen en anderen zullen winnen. Je dwingt om te innoveren. Maar bedrijven moeten wel de tijd hebben om te innoveren. Ze moeten niet schoksgewijs geconfronteerd worden met dit soort stappen, want dan heb je niet de tijd om je aan te passen waardoor je verliest van de concurrent. Als je voldoende tijd hebt, kun je je aanpassen en winnen. Dat is het belangrijkste: geleidelijkheid.

Daarnaast moet je ook kijken of er bepaalde belangen zijn die echt bescherming verdienen, om welke reden dan ook. We zijn op dit moment bezig om in kaart te brengen of er belangen zijn waarvan wij zeggen: dat moet uit het akkoord gehouden worden of er moet bepaalde bescherming voor zijn. Van ons uit kijk je naar twee dingen. De offensieve belangen: welke barrières wil je dat in de VS verdwijnen voor onze bedrijven? Er zijn een hele hoop dingen die kunnen verdwijnen en geweldige perspectieven bieden. Daar staat weer tegenover dat je in het kader van wederkerigheid op je eigen markt ook barrières moet wegnemen. Maar je moet ook kijken naar de defensieve belangen hier: wat zijn dingen die gerechtvaardigd langer bescherming moeten krijgen. Dat zijn dus de twee punten waar wij naar kijken.”

 

Q

Wat betreft de offensieve belangen: het is de bedoeling dat bedrijven over en weer kunnen participeren in overheidsaanbestedingen. Juicht u dit toe?

A

“Als dat bereikt wordt, is het één van de belangrijkste winstpunten. Europa heeft altijd al een vrij open overheidsaanbestedingenmarkt gehad. In andere landen, bijvoorbeeld de VS, is dat veel meer gesloten. Bijvoorbeeld omdat in de VS dit vaak op staatsniveau is geregeld, in plaats van op federaal niveau. Overheidsaanbestedingenmarkten zijn gigantisch: dat gaat van paperclips tot het aanleggen van luchthavens. En dus gaat het om enorme bedragen en markten. Daar valt ontzettend veel winst te behalen. Voor de bedrijven die kunnen participeren, maar ook voor de landen zelf. Want door toegenomen concurrentie krijg je betere producten en lagere prijzen. Overheidsaanbestedingen die alleen in het land zelf worden uitgezet leiden tot marktbeperking en kostenverhoging.”

 

Q

Ik lees dat de werkgroep die de onderhandelingen heeft voorbereid, heeft gepraat met diverse stakeholders. Is VNO-NCW hier ook bij betrokken geweest?

A

“Wij werken langs twee kanalen op dit punt. Met de Nederlandse overheid zijn we constant in gesprek en die neemt onze gezichtspunten, samen met die van andere Nederlandse stakeholders, mee naar de Europese Commissie, waar het Europese standpunt bepaald wordt. De dialoog met de Nederlandse overheid loopt al heel lang. Een paar jaar geleden heeft het Rijk een studie laten doen door Ecorys naar de effecten van een handelsakkoord van de EU met Australië, Japan en de VS. Bij dat soort studies maakt VNO-NCW deel uit van de klankbordgroep. Dat betekent dat als er concepten komen, wij daarop commentaar kunnen leveren. Dat is één kanaal: via de Nederlandse overheid naar de Europese commissie.

De andere weg is via Business Europe, de Europese werkgeversparaplu. Die organisatie heeft ook weer contacten met de Europese Commissie, het Europees Parlement en de High Level Working Group die de onderhandelingen heeft voorbereid. Dat is dan de club waar zij mee spreken. Zo’n werkgroep spreekt niet met alle individuele bedrijfsorganisaties van de lidstaten, maar met de Europese koepel.

Business Europe is ook al jaren proactief op dit terrein. De organisatie heeft de afgelopen jaren een aantal keer missies georganiseerd naar Washington D.C. om daar met het Congres en een aantal economische organisaties te praten over dit akkoord. Er is daar een hele doelgerichte massage geweest naar de politiek toe om deze onderhandelingen te beginnen. Business Europe heeft ook contacten met Amerikaanse organisaties die een rol spelen bij de onderhandelingen. Wij gaan als VNO-NCW mee met dit soort missies, zijn bij besprekingen in Brussel en bepalen mede de position papers. Business Europe is een kleine club die afhankelijk is van de input van alle ledenorganisaties en daarin spelen wij een actieve rol. Dus je draait mee in dat Europese circuit.”

 

Q

Ik zag dat jullie ook een kantoor hebben in Brussel. De medewerkers daar vertegenwoordigen jullie in Business Europe?

A

“Voor een deel wel. Maar het model is zo dat het kantoor in Brussel in principe ondersteunend is, en dat de beleidsmedewerkers in Den Haag verantwoordelijk zijn voor de Europese dimensie in hun portefeuille. Dus ik doe in Nederland de handelspolitiek, maar ik breng ons geluid wat handelspolitiek betreft ook over naar Business Europe.”

 

Q

Ten slotte: wat is jullie boodschap aan Nederlandse bedrijven wat betreft de aanstaande onderhandelingen?

A

“Het is heel belangrijk dat dit gaat gebeuren. Maar het is ook heel belangrijk dat bedrijven goed in kaart brengen welke offensieve belangen zij in de VS hebben en waar zij barrières geslecht willen zien. En ook moeten zij aangeven met welke defensieve belangen we in Europa en Nederland mee rekening moeten houden. Het is zaak voor bedrijven om te laten horen wat ze wel en niet willen, want nu worden de kaarten geschud.”

Dit verhaal is onderdeel
van het onderzoek naar:

TTIP

De EU en de VS onderhandelen over het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), een groot vrijhandelsakkoord. Wij volgen deze besprekingen.