“De perspectieven zijn gunstig”, Marietje Schaake over het vrijhandelsakkoord

30 december 2013 // Dossier: Achterpagina / TTIP
− door: Tobias Manuhutu
  • comment
  • delen
  • tweet
  • e-mail
  • print

D66-Europarlementariër Marietje Schaake ziet kansen in een vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Schaake is woordvoerder op dit dossier namens de Europese fractie Alliance of Liberals and Democrats for Europe (ALDE), waar D66 onderdeel van uitmaakt.

Schaake zegt scherp te kijken naar de afspraken die worden gemaakt over intellectuele eigendomsrechten. Eerder was er veel ophef over dit onderwerp toen de Europese Unie en de Verenigde Staten samen met andere landen het zogenaamde ACTA-verdrag wilden sluiten. Het vrijhandelsverdrag gaat niet die kant op, verwacht Schaake. “In de eerste plaats heeft commissaris De Gucht, de handelscommissaris voor de Europese Unie, talloze keren gezegd dat het geen ACTA zal worden. En dat ook ACTA-achtige teksten er niet in voor zullen komen. Het zal ook buitengewoon dom van hem zijn om die er wel in te laten voorkomen.”

Dit interview is afgenomen op vrijdag 15 maart 2013 om 09.30 uur via de telefoon.

 

Q

Wat is volgens u de reden dat dit moment wordt aangegrepen om de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten te starten?

A

“Het idee van het wegnemen van handelsbarrières tussen de twee grootste economieën is voor de hand liggend. Daar is ook eerder over gesproken. Maar omdat het toch een ingewikkeld proces is, was er eerder een gebrek aan politieke wil en politiek leiderschap om dat te regelen. Nu is het voor zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie een economisch ingewikkelde tijd. En is het logisch dat er wordt gekeken naar hoe je economische groei en banen kunt creëren aan beide kanten. Als de handelsbarrières worden weggenomen en als we zouden werken volgens dezelfde standaarden, kan dat ontzettend veel opleveren. Dat kost wel tijd en energie om dat uit te onderhandelen en dat is ook best ingewikkeld. Maar het kost geen geld; je hoeft niet te investeren. Maar door de barrières weg te nemen, levert het wel veel op. In tijden van crisis is dat een ontzettend mooie kans. De voordelen worden groter geacht dan de obstakels op de weg.

Een andere belangrijke factor is dat zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten beseffen dat de wereld aan het veranderen is. Er komen nieuwe economieën op en de concurrentie daarvan is serieus. Bijvoorbeeld Aziatische landen als China of Latijns-Amerikaanse landen als Brazilië. Daarnaast zijn er nog andere ontwikkelingen: de bevolkingsgroei is bij ons lager dan op de meeste plekken in de wereld in de wereld. De marktontwikkelingen gaan ook heel hard. China is op weg om één van de grootste handelsblokken te worden. Je ziet bijvoorbeeld dat de Duitse industrie meer exporteert naar China dan de Verenigde Staten. Sinds 2009 is dat zo. Daarvoor was het andersom. De verhoudingen in de wereld veranderen heel erg, en het gaat hierbij niet alleen om economische macht.

Het zou heel erg helpen als de Europese Unie en de Verenigde Staten dezelfde standaarden zouden aannemen waardoor wijzelf de wereldstandaard zetten. Daardoor hoeven we ons niet meer aan te passen aan andere technische standaarden. Andere landen moeten zich op die manier aan ons aanpassen. Dat scheelt onze industrie, onze dienstensector en dus onze economie geld en tijd. Maar het gaat ook om de verhouding en samenwerking met onze bondgenoot in een veranderende wereld. Dit is het eindperspectief, de stip aan de horizon, en de crisis is de aanjager van het huidige momentum.”

 

Q

Je zou kunnen zeggen dat de economische crisis in dit geval een voordeel is. Omdat de onderhandelingen nu wel worden gestart na jarenlange discussie hierover.

A

“Ja, dat zou je kunnen zeggen. Het heeft geleid tot een gevoel van urgentie. Ik denk dat dat op zich heel veel kansen oplevert. Maar we moeten ook niet naïef zijn. Het gaat nog ingewikkeld worden.”

 

Q

Zijn de Verenigde Staten de juiste partner voor dit ambitieuze verdrag?

A

“Het ligt wel voor de hand, omdat onze economieën op elkaar lijken. Zowel qua kenmerken als volume. Het worden onderhandelingen tussen twee gelijken. Maar dat wil niet zeggen dat we het idee van vrijhandel met andere landen hebben afgeschreven. Dat is en blijft een heel belangrijk doel van de Europese Unie. En dat is het ook altijd al geweest. Het is niet een uitsluitend mechanisme. De Doha-rondes over de wereldhandelsafspraken zitten eigenlijk vast11De WTO heeft op 7 december een handelsakkoord gesloten in Bali. De EU en de VS hebben grotere ambities dan de afspraken die in dit akkoord zijn vastgelegd. Dit interview is afgenomen voordat het WTO-akkoord werd gesloten.. Dus wachten daarop heeft ook niet zoveel zin. De onderhandelingen met andere landen over vrijhandelsverdragen gaan ook gewoon door. Het één sluit het ander niet uit.”

 

Q

Zijn er bepaalde onderwerpen waarvan u zegt: daar moeten ambitieuze afspraken over gemaakt worden?

A

“De ambitie is nu om zoveel mogelijk onderwerpen onder dit verdrag te laten vallen. Maar het meest waardevolle in economische termen is het harmoniseren van regels, normen en standaarden. Maar dat is meteen ook het meest ingewikkeld in de praktijk.”

 

Q

Zijn er onder het kopje ‘harmoniseren van regels’ concrete voorbeelden waarvan u zegt: daar moet iets aan gedaan worden?

A

“Het idee is dus om het zo breed mogelijk te laten zijn. En aangezien de onderhandelingen nog moeten beginnen, is het dus lastig om één onderwerp uit te lichten. Het is wel zo dat er vanuit sommige sectoren zorgen zijn, en daar is de landbouwsector een goed voorbeeld van. In het verleden zijn er tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten conflicten geweest hierover. Bijvoorbeeld over hormoonvlees en de gekke koeienziekte. Het idee bestaat over en weer dat de ander de producten weert. Een blame game. Landbouwproducten omvatten in principe een klein deel van trans-Atlantische handel als het gaat om economische waarde. Maar als je kijkt naar de politieke macht vanuit deze sector is dat een stuk steviger. Dit is dus wel één van de dossiers waar iedereen met belangstelling naar kijkt.

Hetzelfde geldt voor openbare aanbesteding: hoe open zijn overheidsopdrachten voor bedrijven van de andere partij? Een voorbeeld: momenteel mogen Europese luchtvaartmaatschappijen geen binnenlandse vluchten uitvoeren in de Verenigde Staten. Je kan binnenkomen op een bestemming, maar daarna moet een Amerikaanse partner het overnemen. Dus die markt is gesloten voor Europese bedrijven. Hetzelfde geldt voor de binnenvaart voor schepen. Dus dat is een belangrijke vraag: gaat dat nu meer open worden? Dat is een dossier waar ingewikkelde vragen beantwoord moeten worden, wil je daar iets aan doen.

Dat heeft ook te maken met het feit dat de politieke systemen van beide partijen anders zijn. In de Verenigde Staten mogen de staten voor een deel beslissen hoe open hun economieën en openbare aanbestedingen zijn. Daardoor kan het zijn dat de federale overheid afspreekt met de Europese Unie dat er geen protectionistische maatregelen meer gelden voor aanbestedingen, maar dat staten zich hier niet aan hoeven te houden. Zo zijn er meer verschillen in hoe zaken georganiseerd zijn aan beide kanten die in de praktijk moeten worden uitgewerkt.

Een ander ingewikkeld dossier, waar we ook al veel confrontaties hebben gezien, is het punt van de intellectuele eigendomsrechten. De hele discussie om ACTA (Anti-Counterfeiting Trade Agreement) was eigenlijk een gevecht tussen Hollywood en Silicon Valley, kort gezegd. De internetbedrijven en mensen die veel geven om digitale vrijheden versus bedrijven die graag intellectuele eigendomsrechten keihard willen afdwingen. Ook dat is dus weer de vraag welke plek het punt van intellectuele eigendomsrechten in dit handelsverdrag zal krijgen.”

 

Q

We kennen u als iemand die altijd staat voor digitale vrijheden. Heeft u er vertrouwen in dat op dit punt andere afspraken zullen worden gemaakt dan destijds met het ACTA-verdrag?

A

“In de eerste plaats heeft commissaris De Gucht, de handelscommissaris voor de Europese Unie, talloze keren gezegd dat het geen ACTA zal worden. En dat ook ACTA-achtige teksten er niet in voor zullen komen. Het zal ook buitengewoon dom van hem zijn om die er wel in te laten voorkomen. Maar je weet niet wat de Amerikanen zullen inbrengen. Het is duidelijk dat maatschappelijke organisaties en ikzelf heel scherp zijn op dat thema. We willen voorkomen dat het opnieuw tot draconische maatregelen zal leiden. Er zijn zelfs al mensen die zeggen dat er geen hoofdstuk over intellectuele eigendomsrechten in het handelsverdrag moet voorkomen.

Demonstratie tegen het ACTA-verdrag op de Dam in Amsterdam. Foto: Guido van Nispen. (Licentie).

Demonstratie tegen het ACTA-verdrag op de Dam in Amsterdam. Foto: Guido van Nispen (licentie).

Maar het is nog te vroeg om op dat detailniveau in te gaan, omdat beide partijen nu eerst moet werken aan een mandaat. Er wordt al wel veel voorbereidend werk gedaan. Maar formeel zijn de onderhandelingen nog niet begonnen. In die zin is dit verdrag totaal anders dan ACTA. ACTA was een voorstel voor een hele specifieke kwestie, namelijk het tegengaan van handel in namaakproducten. En gaandeweg werd daar veel te veel onder geschaard. Dat was ook één van de problemen. Het werd, wat wij noemen, een kerstboom waar veel te veel in werd gehangen. Al met al was dat nog een specifieke kwestie. Als je kijkt naar TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership, het vrijhandelsakkoord) dan is dat een ontzettend breed en veelomvattend verdrag, waar intellectuele eigendomsrechten maar een onderdeel van zouden kunnen zijn. Het is veel breder en daardoor ook onvergelijkbaar. Maar ik zal er voor zorgen, voor zover ik dat kan als één van de rapporteurs en woordvoerders namens de Liberale fractie, dat het niet een ACTA-kant opgaat. Ik heb me heel hard gemaakt voor het wegstemmen door het Europees Parlement van ACTA en ik ben heel blij dat dat gelukt is.”

 

Q

U zegt het al: het kan een breed verdrag worden. Dat betekent dat iedereen straks goed moet opletten hoe de onderhandelingen verlopen en wat er uiteindelijk in het verdrag komt te staan.

A

“Ja, het is voor iedereen goed om na te denken hierover. Dat geldt bijvoorbeeld voor bedrijven, maatschappelijke organisaties, consumenten, internetgebruikers of mensen met een klein bedrijfje. Uit allerlei hoeken is het goed om ernaar te kijken. En het is van belang om ons, de politiek, te laten weten wat er leeft: waar mensen kansen zien en waar mensen zich zorgen over maken. Over het algemeen heb ik veel meer mensen gesproken die hier kansen in zien, zeker in Nederland. Ik ben ook al uitgebreid in gesprek met mensen die hier een belang in hebben. Maar we moeten niet naïef zijn: het zal ingewikkeld worden. Ik nodig iedereen van harte uit om te laten weten wat voor hen belangrijk is: zowel de kansen als obstakels. Dan kunnen wij in het Europees Parlement zo goed mogelijk onze rol vervullen in het helpen vormgeven van de onderhandelingen.”

 

Q

Wat kan het handelsverdrag betekenen voor het leven van de Nederlandse burger?

A

“Dat hangt er heel erg vanaf in welke sector iemand werkt. Het gaat onze economie in het algemeen voordeel opleveren, afhankelijk van hoe uitgebreid het handelsverdrag wordt. Hoe uitgebreider, hoe meer voordeel. Want hoe meer barrières weg zijn, hoe meer dat onze economie in algemene zin voordeel oplevert. Als je bijvoorbeeld producten exporteert naar de Verenigde Staten, dan zal dat makkelijker gaan. Zodat er geld overblijft voor andere dingen. Zo simpel is het. Het betekent ook dat wij makkelijker producten uit Nederland kunnen verkopen in de Verenigde Staten. Dat zoveel mogelijk kwaliteitseisen over en weer worden geaccepteerd. Dat betekent dat er niet opnieuw hele tests moeten komen voor voedingsmiddelen, medicijnen of auto’s. Dat je zegt: als een auto in Duitsland veilig wordt bevonden, dan wordt hij ook in Amerika veilig bevonden. Aan dat soort dingen moet je denken. Dat is het streven.

Het is misschien een beetje gek om het zo voor te stellen, maar ik zie het als een soort omgekeerde kaasschaaf. Er moet niet overal een beetje bezuinigd worden, maar in dit geval komt er overal een beetje voordeel bij. En dat wordt ook vrij gelijkmatig uitgespreid, omdat het op zoveel sectoren van toepassing is. Waar het uiteindelijk het meeste voordeel zal opleveren, hangt af van het uiteindelijke resultaat. Het is dus heel moeilijk om het nu al zo concreet te maken, helaas. Maar de perspectieven zijn gunstig.”

 

Q

Ik begrijp dat u als parlementariër betrokken bent bij een VS-werkgroep. Kunt u uitleggen wat de taken zijn van die groep?

A

“Het is van belang om twee dingen hier van elkaar te onderscheiden. Er is een delegatie voor relaties met de VS. Die bestaat al best lang en daar ben ik ook al een tijd lid van. Daar zal dit handelsverdrag vast een belangrijk onderdeel van de discussie zijn.

Verder is het zo dat in de commissie Internationale Handel van het Europees Parlement, afgekort de INTA-commissie, een speciale werkgroep is waarbinnen aan dit handelsverdrag wordt gewerkt. Daar is van iedere politieke partij iemand van afgevaardigd en dat ben ik voor de Liberale fractie. Het is vooral de handelscommissie die hierover gaat.”

 

Q

U bent al op reis geweest naar de Verenigde Staten om het over dit handelsverdrag te hebben. Hoe is de stemming bij de Europese en Amerikaanse afgevaardigden over dit verdrag?

A

“We waren eind vorig jaar in de Verenigde Staten met die delegatie die relaties onderhoudt met de Verenigde Staten. Toen lag de nadruk op handel, en niet zozeer op dit verdrag. We hebben destijds wel een voorschot genomen op de aanstaande onderhandelingen over dit verdrag. We hebben toen met elkaar gesproken over de verwachtingen. Toen was er een hele hoopvolle sfeer bij de politici aan beide kanten.
Maar nu de onderhandelingen beginnen, gaat ieder kijken naar zijn eigen belang. Dat is ook niet gek, maar daar moeten we ons goed bewust van zijn. De Amerikanen staan bekend als zeer goede en harde onderhandelaars. Dus wij moeten in Europa ons werk goed doen zodat de Europese belangen, van bedrijven en consumenten, goed behartigd worden.”

 

Q

Ik begrijp dat u ook bijeenkomsten wil organiseren over dit handelsverdrag voor betrokkenen en belangstellenden. Kunt u daar al iets meer over zeggen?

A

“Ik wil sowieso graag een aantal bijeenkomsten in Nederland organiseren voor sectoren die zullen merken wat de impact van dit handelsverdrag is. Denk aan het bedrijfsleven, de landbouwsector, de high tech sector, maar ook met organisaties die zich bezighouden met digitale vrijheden. Met die laatste groep wil ik het intellectuele eigendomsrechtendossier bespreken. Er zullen vast meer bijeenkomsten bijkomen; de uitnodigingen stromen al binnen. Gelukkig zijn veel organisaties zelf ook al bezig en mobiliseren zich. Het begint te leven en het is goed dat organisaties en bedrijven kijken wat hun belang is en hoe ze dit over het voetlicht kunnen brengen. Ik ben bereikbaar en hoor graag wat mensen vinden.”

 

Marietje Schaake houdt op haar website een dossier bij over vrijhandelsakkoord.

Dit verhaal is onderdeel
van het onderzoek naar:

TTIP

De EU en de VS onderhandelen over het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), een groot vrijhandelsakkoord. Wij volgen deze besprekingen.